Het spel met de klok

Het is inmiddels een week geleden. Op zondag 17 oktober stond Amsterdam in het teken van de marathon. De hele marathon had ik niet zo’n trek in, maar een mooie tijd neerzetten op de halve leek me een mooie uitdaging. 

Tevreden? Nee. Over de eindtijd (1 uur 29 min 43 sec) mag ik niet eens klagen. Maar als iets niet gaat zoals je in je hoofd had gepland, dan is dat niet prettig. 

Ik had wel een doel. Maar dat was meer een hoop dan een eis van mezelf. Ik wilde gewoon lekker lopen, op een goed tempo. Eindigen rond 1 uur en 28 minuten. Dat zou een gemiddelde betekenen van 4 minuten en 10 seconden per kilometer. 

Ik had niet echt vergelijkingsmateriaal. Ik heb een paar keer de Dam tot Damloop gelopen (16,1 kilometer), maar dat is al een paar jaar geleden. Minder fit, minder snel (record was 1 uur 14 minuten). 

Dus het moest maar gewoon gebeuren.

Geen alcohol

Ik had goed getraind, vijf weken geen alcohol gedronken. Alleen een mindere dag of slechte weersomstandigheden kon het nog in de weg staan.

Het weer zat volledig mee. Weinig wind, een graadje of 14 en geen regen. Perfect loopweer.

De start was om 13.00 uur. Iedereen die zijn richttijd van 1 uur en 30 minuten of sneller had doorgegeven, begon in het voorste startvak. Ik kroop al een beetje naar voren, om te voorkomen dat ik bij de start in het gedrang zou komen. Ik had drie energiegelletjes mee, een goede warming-up gedaan. Ik was er klaar voor.

Snel begin

De start ging vrij soepel, maar ik wist ook dat ik moest oppassen. Je loopt vrij makkelijk met de snelle jongens mee en dan zou je krachten verspelen voor later in de wedstrijd. Eerste tussentijd: 3 minuten en 59 seconden. Oei, dat is eigenlijk te snel. Iets inhouden.

Dat bleek lastig. Zo liep ik de tweede kilometer 4.09 (rond mijn richttijd), maar daarna weer 4.01. De vierde kilometer was wel weer 4.09, maar de vijfde ineens 3.56. Er ging iets mis. Het schommelde te veel. 

Maar ik voelde me goed, dus misschien moest het wel zo zijn. De route kreeg na 5 kilometer wel een saai stuk. Het gebied rondom de Van der Madeweg heeft in mijn ogen niet zo veel met Amsterdam te maken. 

Kleine terugval

Die saaie weg zorgde voor een kleine terugval. Bovendien had ik niemand om me heen die mijn tempo liep. Het was een lang en lastig stuk, maar tijdens de tweede 5 kilometer kon ik nog wel rond mijn streeftijd blijven (4.08, 4.09, 4.09, 4.12 en 4.12).

Vanaf dat moment besefte ik ook dat het niet slim was om niet met muziek te lopen. Dat doe ik altijd, dat is lekker voor het tempo. Maar ik deed het bij de halve marathon niet, omdat ik dacht dat ik dan niet alles zou meekrijgen van de sfeer. 

Toen ik na 11 kilometer een fles Aquarius kreeg aangereikt, nam ik twee à drie slokken om vervolgens de fles weer weg te gooien. Te lomp en vervelend om mee te lopen was de gedachte, maar ook het weggooien bleek een verkeerde keuze. Ik had tijdens de drinkpunten daarvoor namelijk al geen water binnengekregen, omdat rennend drinken uit bekertjes een onmogelijke missie bleek.

Ik vermoed dat mijn lichaam het daar niet mee eens was. 

Vanaf 13 kilometer kwam de eerste klad erin. Het leek nog een eenmalige terugval (wel naar 4.29 helemaal), maar de twee kilometers daarna waren wel weer sneller (4.20 en 4.19). Maar die 13e kilometer was toch een voorbode op een ellendig slot. Ik kon niet meer richting de 4.10 komen. 

Op karakter

Na 15 kilometer liepen mijn benen vol en kon ik niet meer in het oude tempo komen. Het was klaar. Het werd een mentaal spelletje. Op karakter. Ik wilde ook niet meer. Het liefst stopte ik. 

Na een kilometer of 16/17 liep ik over de Stadhouderskade met de ziel onder mijn arm. Ik werd her en der wel aangemoedigd door mensen, maar ik kreeg helaas geen opleving meer. Ook mijn laatste gelletje had niet het gewenste effect. 

De laatste 5 kilometer begon nog met een tussentijd van 4.20, maar daarna eindigde zo’n beetje iedere kilometer wel rond de 4 minuut 30. 

Alfabet

In het Vondelpark stonden heel veel mensen. Rijen dik. Het zou je energie moeten geven, maar ik dacht maar aan één ding: waar is die finish? Ik begon aan het alfabet om in een ritme te blijven en niet te veel tijd te verliezen. 

Toen ik in de laatste kilometer de hazen met de ballonnen ‘1.30’ voorbij zag rennen, kon ik nog een laatste sprint inzetten. En zo eindigde ik nog wel net onder de 1 uur en 30 minuten, met 4.15 per kilometer als gemiddelde. 

Uiteindelijk iets om trots op te zijn, maar als je hartstikke fit bent en vijf weken geen alcohol hebt aangeraakt, dan had ik in ieder geval een soepele halve marathon willen lopen en willen genieten van de sfeer die er - met name aan het einde - gemaakt werd.

Na afloop begrepen vrienden niet waarom ik teleurgesteld was. Het behoefte enige uitleg. 

En nu? Meer trainen op hartslag en een nieuwe wedstrijd uitzoeken om toch die 1 uur en 28 minuten te halen (of nog sneller natuurlijk) in een soepele race neer te zetten. 

Wie weet er nog een mooie stad?


Groet,
Jitse

P.S. Ben je enthousiast geraakt van dit verhaal en wil je persoonlijk advies? Dat kan natuurlijk altijd. Maak een afspraak met Sjoerd of Menno en zij zullen de mogelijkheden met je doornemen.

8 Weeks Coachings Traject

The Body Studio Zuid

Heemstedestraat 12, 1058NM Amsterdam

The Body Studio Oost

Dapperstraat 271, 1093BS Amsterdam

Mail: info@thebodystudio.nl

Tel: 020 215 7148 (Ook via whatsapp bereikbaar op dit nummer!)